A-B-C van de BloemsierkunstOp deze pagina vindt u in de begrippenlijst een aantal woorden die verband houden met bloemschikken. Het is hier uitsluitend mogelijk om in deze ABC te zoeken. Als u op de hele site wilt zoeken ga dan naar de pagina Zoeken. Deze tekst is gedeeltelijk eerder gepubliceerd in het bloemschikwoordenboek. Copyright Aad van Uffelen. Na elke letter van het alfabet is er een knop terug naar begin (top). BEGRIPPENLIJSTA - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - P - Aaarde een mengsel van organische en anorganische stoffen waarin planten kunnen groeien; ook gebruikt voor vervaardiging van aardewerk (klei) en porselein (kaolien); voor potplanten wordt speciale potgrond gebruikt; goede potgrond staat onder controle van de stichting RHP (Regeling Handels Potgrond); deze voldoet aan de volgende eisen: a. heeft een goede zuurgraad (pH); b. bevat geen schadelijke zouten; c. heeft een goede structuur; d. bevat geen onkruidzaden; e. bevat voor ca. 6 weken voeding; standaard zijn leverbaar o.a. universele potgrond, anthuriumaarde, bonsaiaarde en cactusaarde. aardewerk ceramiek (keramiek) gebakken vaatwerk, vazen, schalen e.d. gemaakt van aarde, klei of leem; aardewerk wordt gebakken bij 1000-1100 C, steengoed bij ca.1200 C en porselein tot 1500 C, vaak wordt het geglazuurd. abstracte schikkingen (abstract arrangement), soms onnatuurlijk, fel gekleurd en met niet-natuurlijke materialen gecombineerd; er komen schikkingen voor met rechte en hoekige lijnen en geometrische vormen; ook is er een richting met organische vormen. accessoires, zaken in bloemwerk die aanvullend worden gebruikt ter decoratie zoals lint, kaarsen, folie; zijn niet essentieel voor een bloemwerk, maar bepalen wel mede het eindresultaat. adventskrans eenvoudige krans van enkel dennengroen, vier witte of paarse kaarsen en paars lint; elke adventzondag wordt één kaars meer aangestoken; op Kerstmis wordt het paarse lint en de kaarsen door wit vervangen. adventschikking elke eenvoudige kerstschikking met vier paarse of witte kaarsen en groen blad, mos of dennengroen, gemaakt voor de adventperiode; tegenwoordig zien we ook alternatieve, vaak kleurrijke en meer versierde decoratieve adventschikkingen. ajour een opengewerkte vorm, vele kleine, vaak regelmatige openingen in een vlak; er ontstaat een vorm en een restvorm; essentieel is de open ruimte tussen de verwerkte materialen; als de vorm even sterk is als de restvorm ontstaat. ajourkrans kransvorm in ajour gestoken, de materialen, bloemen e.d. zijn in een opengewerkt patroon verwerkt; dit kan zowel in een symmetrisch klassiek (regelmatig) patroon als ook in een asymmetrisch (onregelmatig) patroon. architectuur bouwkunst, elke cultuurperiode kenmerkt zich door een bepaalde architectuur, b.v. gotisch, barok, modern e.d.; bloemwerk moet op de architectuur aansluiten als het in een door de bouwkunst bepaalde omgeving wordt geplaatst. Art Deco kunststijl 1910-1940 voortgekomen uit de Jugendstil; kent 2 richtingen, een functionele en een decoratieve; kenmerken zijn de eenvoudige en strakke decoratieve geometrische vormen of de Jugendstilachtige decoratie; Art Deco was in vormgeving beïnvloed door het kubisme en in kleurgebruik door het impressionisme; motieven zoals bloemenmanden, boeketten, de zon e.d. assemblage het samenvoegen van diverse materialen tot een, meestal driedimensionale vorm, een sculptuur of een reliëf; wordt vooral met droogmateriaal gedaan, vanaf ca. 1920 als kunstvorm. asymmetrie het niet symmetrisch zijn, de delen van een asymmetrische schikking zijn niet aan elkaar gelijk; dus ongelijkzijdig. attribuut decoratiemateriaal in een schikking; voorwerp dat een bepaald iets verbeeldt, de mijter en staf van Sinterklaas, een hartvorm in een Valentijnsschikking e.d.; attributen kunnen tot het wezen van een schikking behoren (voorwerpversiering, fantasiestuk of cadeauschikking), of dit extra doen uitkomen. Bekende historische attributen zijn o.a.:
avant-garde sinds 1900 benaming voor kleine groepen van meestal jonge kunstenaars, die experimenteren met nieuwe kunstvormen; in de bloemsierkunst b.v. met florale objecten, weefsels, vlechtsels, lijmtechnieken. Bbarok stijlperiode van ca. 1600 tot 1715, een grillig gevormde, onregelmatige, vaak bombastische en overladen bouw- en interieurstijl, ontstaan tijdens de Contrareformatie; vaak diagonaal, asymmetrisch en beweeglijk van vorm met sterke licht-donker werking en grote kleurcontrasten; de barok gaat over in een speelser rococo. beeldaspecten basiselementen met een beeldende functie: licht, kleur, ruimte, lijn, vlak, punt, vorm, ritme, compositie, structuur en textuur; licht, kleur en ruimte noemt men ook wel de 'kijkvoorwaarden'; in plaats van het woord beeldaspect gebruikt men ook wel beeldelement, deze begripsverwarring leidt wel tot onduidelijkheid. Bloemenbureau Holland (BBH) opgericht in 1980, ter bevordering van de afzet van Nederlandse snijbloemen, pot- en perkplanten; het bureau doet dit door: reclame, p.r., voorlichting, handelsondersteuning en deelname aan tentoonstellingen en beurzen; verzorgt ook wereldwijd bloemschikshows (designshows); er zijn vestigingen in: W.-Duitsland, Frankrijk, Groot Brittannië, Spanje. bloemendraad, bloemdraad, hulpmiddel bij het bloemschikken: 1. veelal groen gelakt ijzerdraad dat wordt gebruikt voor versteviging van bloemstelen, bij corsages, bruidswerk e.d.; de dikten (in mm) zijn: 0,28 (zilverdraad) - 0,4 corsagedraad - 0,5 wikkeldraad, verder: - 0,6 - 0,7 - 0,8 - 0,9 - 1,0 - 1,2 - 1,5; het is er in de lengten: 14 cm, 30 cm, 40 cm en 50 cm (0.28, en 0.5 is leverbaar op klosjes). In sommige landen is bloemendraad omwikkeld met groen band. boeket (bouquet) een ruiker van bloemen en bladmateriaal, een handgebonden boeket met touw bijeengebonden, een draadgebonden boeket b.v. een bruidsboeket; ook wel als aanduiding voor een bloemstuk, maar dit is een foutieve benaming. Ccaoutchouc melkachtig sap van rubberbomen zoals de Ficus elastica; caoutchouc is een rubberachtig materiaal waarvan men o.a. bloementape (-band) maakt; dit band wordt gebruikt voor afwerking van bloemstelen bij corsages, bruidswerk, omwikkelen van draad e.d. collage, tweedimensionale kunstvorm waarbij vrij platte delen, knipsels e.d. aan elkaar worden geplakt; wordt met droogbloemen veel gedaan, vaak is het ook wat ruimtelijker van opzet. compositie (kompositie) ordening, samenstelling, schikking: ordening van losse delen tot een geheel; de beeld- en vormaspecten spelen hierin een grote rol; voor iedere binder is dit persoonlijk, hoe het moet is nauwelijks uit te leggen; standaardregels voor bepaalde stijlschikkingen zijn behulpzaam. corsage 1. bovenstuk (het lijfje) van een japon; 2. het bloemensiersel dat als corsage door dames wordt gedragen; corsages worden op verschillende plaatsen bevestigd: hoed, pols, schouder, haar, tasje, cadeau, Mariakaars, jonkerstokje etc. Ddesign ontwerp, b.v. van een bloemstuk, boeket; in industriële vormgeving ontstaat design door een aantal principes tijdens het ontwerpen toe te passen, dit zijn: bruikbaarheid, ergonomische materiaalkeuze, levensduur, produceerbaarheid, plus de vorm, kleur en esthetiek; schoonheid ontstaat hieruit vanzelf; Das Bauhaus leidde deze designvernieuwing in de jaren rond 1930; tegenwoordig moet (of mag) design 'leven', commentaar geven op de maatschappij en omgeving, het mag uitdagen ons weer laten voelen en denken; zie werk van Memphis en Boris Sipek. designer ontwerper; de Engelse benaming voor bloembinder is floral designer. designelementen (design elements) bloemsierkunst ontstaat door toepassing van een aantal principes en regels; designelementen omvatten het hele scala aan vormgevende en kleurbepalende elementen. diadeem een haartooisel voor vrouwen, wordt op het voorhoofd gedragen; voor bruidsmeisjes en bruiden wordt wel een bloemendiadeem gemaakt; traditioneel met draadtechniek, waarbij van twee zijden af naar het midden werd gewerkt, ook in combinatie met lijmtechniek. dominant overheersend; in een schikking kunnen bepaalde materialen of kleuren dominant zijn, er is dan een zgn. hoofdtoon; de dominant moet wel in relatie staan tot hetgeen er omheen is. drijfschaal, schikking in een lage schaal met water waarin bloemen drijven; soms worden de bloemen ook wel wat ruimtelijker verwerkt. Eecologie, dit is de biologische wetenschap die de relaties bestudeert tussen de verschillende organismen, tussen alle wat in een specifieke omgeving in samenspel leeft en zich aan die omgeving aanpast. erkend bloemsierkunstenaar, hoogste niveau in de bloemsierkunst in Nederland; meesterniveau; na het behalen van het diploma van de opleiding bloemsierkunst geeft de SOB een zeer begeerde oorkonde met bijbehorend (erkend) embleem uit; de titel is sinds 1980 wettelijk erkend en beschermd. et(h)yleen (etheen) een zware gasvormige koolwaterstof die veel schade veroorzaakt aan bepaalde bloemen (een verouderingshormoon); oorzaak: gasvorming door rijpend fruit, rook, uitlaatgassen etc.; gevolgen: krimpen bij anjers en bij vele bloemen snelle verwelking; zeer gevoelig voor ethyleen zijn o.a.: Dianthus, Cymbidium, Euphorbia fulgens, Lilium, Phalaenopsis, Paphiopedilum, Aconitum, Bouvardia, Delphinium, Gypsophila, Kniphofia, Matthiola, Phlox, Physostegia, Saponaria, Scabiosa; ethyleengas wordt ook als groeihormoon (om bloei te bevorderen) bij bepaalde planten gebruikt b.v. bij bromelia's; Euroflorist, bloemenverzendorganisatie (voorheen Teleflora) exoot, planten of dieren die door de mens naar een gebied zijn gebracht waar ze van oorsprong niet thuis horen; veel bloemen worden geïmporteerd uit vreemde landen, Heliconia, Zantedeschia, Protea. Ffeestdagen zie bij kerkelijke feestdagen. FEUPF Fédération Européenne des Unions Professionelles des Fleuristes, Bruxelles, België; organisatie van Europese bloemistenorganisaties; opgericht in 1967. floraal object een compositie van plantaardig materiaal, vaak ook in combinatie met materialen als metaal, steen, e.d., soms ook zonder bloemen; behoort tot de avant gardistische/experimentele bloemsierkunst; is rond de jaren 1970 ontstaan en ontwikkelt zich nog steeds. frame (freem) een raamwerk, een omtrek of omlijsting, b.v. de basislijnen van een schikking. Ook wel constructie genoemd. Gglas harde stof van vaak doorschijnend breekbaar materiaal.
grafboeket rouwboeket, een boeket voor op het graf of bij de begrafenis of crematie aanwezig; dit kan zijn een handgebonden boeket of een op een ondergrond opgestoken arrangement, heet dan rouwtak of -stuk. groeperen het tot een groep bijeenschikken, soort bij soort materialen van dezelfde vorm, kleur of soort bijeenbrengen; groeperen brengt meer rust, richting en harmonie in de schikking. Guinness book of records boek met officieel geregistreerde bloemenrecords, o.a.:
Hhoofdgroepen de groepen die de totaalvorm van een schikking uitmaken; we maken hierbij onderscheid in hoofdgroep, tegengroep en nevengroep ofwel primaire, secundaire en tertiaire groep. IIkebana oosterse bloemsierkunst uit Japan; de bloemstukken symboliseren vaak een bepaalde geestelijke werkelijkheid; ike = leven, bana = bloem; ikebana ontwikkelde zich in Japan sinds de 7e eeuw tot een echte kunstvorm met vele scholen en stijlen. Jjubileum viering van een bepaald aantal jaren huwelijk, arbeidsduur e.d.; het aantal jaren wordt met een metaal aangeduid: koper voor 12,5 jaar, zilver voor 25 jaar, goud voor 50 jaar en platina voor 70 jaar. Kkaarsenfabrieken in Nederland zijn zo'n 16 bedrijven die kaarsen produceren met een totaalomzet van ruim 100 miljoen gulden; veel kaarsen worden ook geïmporteerd; voor de bloemsierkunst zijn o.a van belang: Molca- en Talpa-kaarsen, Etten-Leur; Gouda kaarsen, Gouda; Bolsius kaarsen, Schijndel. Kampioenen Fleurop Nederland en de VBW Kampioenen van de VBW en Fleurop Nederland; in jaren van de internationale Europacupwedstrijd (FEUPF), is de Fleurop-kampioen tevens VBW-kampioen; alle VBW-leden kunnen dan aan de Ned. kamp. wedstrijd deelnemen. Soms organiseert de VBW het Nederlandse kampioenschap, soms Fleurop, dit laatste als er een Fleurop wereldcupwedstrijd volgt. 1962 Theo van Leipzig 1968 Wout den Daas 1970 Wout den Daas 1971 Koos Zuidgeest 1972 Frits Driessen 1975 Koos Zuidgeest 1976 Jan Aartsen 1978 Nico Klaver (eerste officiële kampioenschap) 1979 Jan Aartsen 1980 Piet van der Burg 1981 Wim Hazelaar 1983 Hermen van de Burg 1985 Fred Hietbrink 1987 Gerard Bogaards 1989 Henk Mulder 1991 Ger van Dijk 1993 Ger van Dijk 1995 Han Fokking 1997 Henk Mulder 1998 Max van der Sluis
Dutch Open Championship VBW 1999 Pujari Plattel Kampioenen van Teleflora Nederland 1983 Xander Zijlmans 1985 Johan Huisman 1987 Bert Lieftink 1989 Frank Winkelman 1992 Rob Oosterveer Kampioenen van Teleflora België/Luxemburg 1990 Luc Hermans, Mechelen 1991 Gilbert Vos, Rillaar 1992 Sylvia Hendrickx, Kalmthout 1999 Jos Berx, Bilzen
Kampioenen Kufb België 1999 Francoise Vandonink 2002 Stefan Roosen
Europacup (vanaf 1967) FEUPF 1967 Ueli Syfrig, Zwitserland 1969 Christen Eklow, Noorwegen 1971 Hausemann, Zwitserland 1973 J. Toebaert, België 1975 Koos Zuidgeest, Nederland 1978 Gregor Lersch, Duitsland 1980 Serruys, België 1981 Jürgen Birchler, Duitsland 1983 Herman van den Burg, Nederland 1986 Kristin Voreland, Noorwegen 1988 Cathie Erhart, Frankrijk 1991 Karl Zuber, Zwitserland 1995 Tor Gundersen, Noorwegen 1999 Monika Nieland, Duitsland World Cup Fleurop Interflora FTD 1972 Therese Gruber, Zwitserland 1974 Alan Nunn, Engeland 1977 Kai Andersen, Noorwegen 1979 Jean Michel Mertens, Australië 1982 Wim Hazelaar, Nederland 1985 Klaus Wagener, Duitsland 1989 Fumihiko Muramatsu, Japan 1993 Sue Artus, Engeland 1997 Gilles Pothier, Frankrijk 2002 Per Benjamin, Zweden Kampioenen van KUFB België 1967 Leon Willems 1969 Verrycke 1971 Verrycke 1972 J. Toebaert 1974 mme. Ouverleaux 1977 Marc Derudder 1978 J.Serruys 1080 Patrick Claus 1983 Daniël Ost 1984 Dominique Rausin 1987 Viviane Rogiers 1990 Fabrice Delbecq 1995 Annemie Duchateau Kampioenen Teleflorist of the Year (Wereldcup) 1980 Jeannette Rawson, Engeland 1981 Janet Markkley, Engeland 1982 Carlo Massai, Italië 1983 Maria del Carmen Varella Conde, Frankrijk 1984 Xander Zijlmans, Nederland 1985 Johan Huisman, Nederland 1986 Pierre Lantier, Frankrijk 1987 Guido Meert, België 1988 Huguette Morlay, Frankrijk 1989 Steven Brickner, USA 1990 Michael Hare, USA 1992 Rob Oosterveer, Nederland 1993 Daniël Abry-Durand, Frankrijk 1995 Harukazu Naito, Japan
Kampioenen NKB, amateurs (KMTP-leden) 1967 C. Verhoef-van Enennaam, R'dam 1968 M.E Lutteken-Panen, R'dam 1969 N. Dupain-de Gelder, R'dam 1970 S.H. Kuypers-Lugtigheid, R'dam 1971 N. Dupain-de Gelder, R'dam 1972 S.H. Kuypers-Lugtigheid, R'dam 1973 J.A. Keizer-de Groot, Den Haag 1974 A. Groenewoud-Groenendijk, Ermelo 1975 J.A. Keizer- de Groot, Den Haag 1976 L.A.Th. van Elteren-Bertels, Delft 1977 A. Groenewoud-Groenendijk, Ermelo 1978 J.A. Lutke Willink-Scharpert, Geesteren 1979 A. Groenewoud-Groenendijk, Ermelo 1980 J. Douwes-Hartlief, Eelde 1981 N.J. Sikkes, Sneek 1982 J.A. Lutke Willink-Scharpert, Geesteren 1983 Janneke Veenstra, Heerenveen 1984 J.J. Veenstra-Veerenhuis, Heerenveen 1985 Hanny Opdam 1986 A.M. Wardekker, Eemnes 1987 Berend Krotje, Dronrijp 1988 Opdam, Obdam 1989 E.T.H. van Diek, Westervoort 1990 H. Schuurman, Borculo 1992 T. van der Noot, Amsterdam 1993 G.P. Drinkwater, Sliedrecht 1994 G. Smit van Os, Grouw 1995 R. Knigge, Onstwedde 1996 C.C. Dijkstra-Matthijsse, Noordoostpolder 1997 F. Jonker-Bergsma, Ermelo 1998 F. Jonkers Talma, Hoogeveen 1999 I. Mensinck-Postel 2000 I. Mensinck-Postel 2001 Corie Buizert, Sliedrecht 2002 Pytsje Kuiken
Joodse feest- en gedenkdagen maart Poerimfeest (lotenfeest), 14e adar april Pésach (Isr. Pasen), 15e niesan mei Onafhankelijkheidsdag (Jom-Ha Atsmaoet), 14 mei 1948 juni Wekenfeest (Sjawoeoth), 6e en 7e siewan juli Inneming van Jeruzalem, 17e tammoer aug. Verwoesting van de tempel, 9e avsept. Isr. Nieuwjaar (Rosj. Hasjana), tisjrie okt. Grote verzoendag (Jom Kippoer), 13e tisjrie okt. Loofhuttenfeest (Soekkothfeest), 15e tisjrie okt. Slotfeest (Sjaboeth), 15e tisjrie (de 8e dag) okt. Vreugde van de wet (Simchat Thora), (de 9e dag) dec. Inwijdingsfeest (Chanoeka), 25e kislev Opmerking: de exacte data voor de joodse feestdagen zijn niet aan te geven. De joodse kalender is gebaseerd op het maanjaar en dit verschilt per jaar ca. 10 dagen met het zonnejaar, waarop de westerse kalender is gebaseerd. Om het jaar enigszins eender te houden voegt men om de paar jaar een 13e maand toe.
Christelijke feest- en gedenkdagen jan. 1 Feest van Maria moeder van God (r.-k.) jan. 1 Besnijdenis des Heren (prot.) jan. Doop van de Heer (r.-k.) (eerste zondag na 6 jan.) jan. 6 Driekoningen (r.-k.), Epifanie jan. 13 Doop des Heren (prot.) febr. 2 Opdracht van de Heer in de Tempel (Maria Lichtmis) (r.-k.) (40 dagen na Kerstmis) febr./maart Aswoensdag (r.-k.) (40 dagen voor Pasen) maart 8 Biddag voor gewas en arbeid (prot.) maart/april Palmzondag (een week voor Pasen) (r.-k.) maart/april Pasen (tussen 22 maart en 25 april) april Maria-boodschap (r.-k.) april/mei Hemelvaartsdag (40 dagen na Pasen) mei/juni Pinksteren (50 dagen na Pasen) mei 28 Sacramentsdag (r.-k.) juni 29 Petrus en Paulus (r.-k.) juli 2 Maria-visitatie (r.-k.) aug. 15 Maria ten hemelopneming (r.-k.) sept 8 Maria-geboorte (r.-k.) okt. 31 Hervormingsdag (prot.) nov. 1 Allerheiligen nov. 1 Dankdag voor gewas en arbeid (prot.) nov. 2 Allerzielen (r.-k.) nov. 11 St.Maarten (r.-k.) nov./dec. 3 1e adventzondag dec. 6 St. Nicolaas (r.-k.) dec. 8 Maria onbevlekte ontvangenis (r.-k.) dec. 13 St. Lucia (r.-k.) dec. 25-26 Kerstmis dec. 26 Stefanus dec. 27 St. Johannes (r.-k.) dec. 28 Onnozele kinderen dec. 30 Gedachtenis van de H. familie (r.-k.) dec. 31 St. Silvester (r.-k.)
Islamitische feest- en gedenkdagen Hidjra (nieuwjaarsfeest), 1e dag van de 1e maand Asjoera (vastendag), 10e dag van de 1e maand Eid Ul-Maulid, geboortedag van de profeet (12e dag van de 3e maand) Begin Ramadan, valt in de 9e maand (30 dagen vasten) Eid Ul-Fitr, het einde van de Ramadan Eid Ul-Adha, het offerfeest (10e dag van de 12e maand) klassiek (classiek) tot de oudheid behorend, vooral de Griekse en Romeinse oudheid; klassiek bloemwerk is gebaseerd op traditionele, vaak oude vormgevingsprincipes, slingers, guirlandes, festoenen en kransen zijn het oudst; onder klassiek verstaat men ook wel minder oude vormen van kunst e.d. mits dit algemeen is geaccepteerd. kleur chroma; zintuigelijke waarneming die ontstaat bij selectieve absorptie van het witte licht; het totaal aan psychische, fysische en fysiologische verschijnselen; via waarneming van lichtstralen door het oog ontstaan bepaalde kleurprikkels die uiteindelijk in de hersenen de (persoonlijke) kleurindruk opwekken (kleurgewaarwording); kleur is in feite ontbonden licht waaruit naast de (oer)kleuren: rood, oranje, geel, groen, blauw en violet vele kleurnuances zijn te onderscheiden; kleur ontstaat door selectieve absorptie, door fluorescentie, polarisatie, interferentie of diffractie. Kleur wordt omschreven met de kleurkenmerken: kleurtoon (hue), grijswaarde (value), verzadiging (chroma). kleuraccoorden de harmonische samenstelling (combinatie) van twee of meer kleuren, gebaseerd op een wetmatige betrekking in de kleurencirkel, de twee-, drie-, vier-, en meerklanken. L
lood chemisch element Pb, een vrij zacht blauwachtig-wit metaal; van lood worden allerlei voorwerpen gemaakt en het wordt ook wel decoratief in schikkingen verwerkt; lood is zeer giftig. MMemphis designgroep 1981-1992, Italië, voortgekomen uit Alchymia; zeer eigen uitvoering van modern werk, decoratief en verscheiden van vorm; het is een samensmelting van het klassieke, het eigentijdse, het exotische en het extravagante banale; heeft grote invloed gehad op alles wat het design betreft. Molca-design kaarsenmerk te Ettenleur; Molca design dompelkaarsen zijn kwalitatief zeer goed en verkrijgbaar in diverse vormen; Talpa-kaarsen worden industrieel vervaardigd, deze zijn goedkoper dan Molca-kaarsen maar ook goed van kwaliteit; Molca-kaarsen zijn er in vele fraaie kleuren welke goed passen bij bloemen; er is een bij de kaarsen passend sortiment lint en servetten. Nneo-stijlen Dit zijn stijlen die teruggrijpen op kunstvormen uit het verleden, bijvoorbeeld een neogotische kerk is in de 19e eeuw gebouwd naar een voorbeeld uit ca. 1300. nomenclatuur juiste naamgeving aan planten; o.a. het Nomenclatuur en Identificatie Comité van de VKC doet hiertoe belangrijk werk; Linnaeus was de grondlegger van de binaire nomenclatuur; elke plant kreeg hierbij twee namen, een geslachtsnaam en een soortaanduiding. PPasen christelijk feest in maart/april ter gedachtenis aan de kruisdood en verrijzenis van Christus; geel is de belangrijkste paaskleur en daarnaast wit; de periode vóór Pasen is de kleur paarsviolet. positieve-negatieve vorm een vorm is positief als deze zelf nadrukkelijk is gemaakt door plaatsing van takken bloemen of blad, een vorm is negatief (restvorm) als deze ontstaat door de omgeving; in de bloemsierkunst werken we met beide vormen, maar meestal met de positieve. prepareren plantaardige materialen door speciale droging, glycerinebehandeling of anderszins voor langere tijd houdbaar maken; ook bruidsboeketten worden vaak gedroogd, soms gevriesdroogd. primaire kleuren kleuren waaruit we alle andere kleuren kunnen mengen; 1. subtractief; verfprimairen: magentarood, citroengeel, cyaanblauw. 2. additief; lichtprimairen: rood, groen, blauw. De drie primaire kleuren zijn zelf niet door menging verkrijgbaar; zij leveren bij menging respectievelijk zwart en wit op. Rritme regelmatig terugkerende beweging; beeld of vormaspect: ritme van vorm, kleur, structuur, verhoudingen; ritme moet vibreren en kracht uitstralen, anders wordt het statisch; ritme kan regelmatig of onregelmatig zijn en is een zeer belangrijk aspect in de bloemsierkunst. ruimtescheppend ruimtecreërend, het tegenovergestelde van ruimtevullend; door plaatsing van een tak of lijn ontstaat een ruimte-effect; de ontstane lege ruimte wordt een negatieve vorm (restvorm) genoemd; het is het gevolg van contrast tussen open en gesloten, tussen lijn en massa; in modern werk is dit zeer belangrijk. Ssamenhang de verbinding tussen onderdelen, de relatie tussen onderdelen in een schikking; vooral door herhaling van vormen en kleuren wordt de eenheid, de samenhang in een schikking versterkt. schaal 1 ondiep wijd vat met een min of meer licht gebogen bodem, soms ook met een voetstuk eronder, meestal rond, vloeiend, ovaal- of ellipsvormig (hoekige vormen zijn dus niet mogelijk bij een schaalvorm). 2 aanduiding voor de maat waarin een tekening of maquettte is gemaakt (bijv. 1:50; 1 cm is dan 50 cm) ook de schaal om het te maken bloemwerk aan te geven. schakering verscheidenheid van bij elkaar verwerkte soorten materiaal of kleuren. seizoenen de vier jaargetijden in landen noord van de equator zoals Nederland, die elk hun specifieke kenmerken en plantengroei hebben: (in landen zuidelijk van de equator zoals Zuid Afrika zijn de seizoenen precies omgekeerd. lente - 21 maart tot 21 juni; sfagnum veenmos (Sphagnum cuspidatum); wordt, omdat het veel water kan vasthouden veel gebruikt als steekbasis maar ook voor versteviging van de basis; voor plantwerk en als decoratief materiaal. sokkel een vierkante basis, voetstuk, zuilvoet, dat dient om een bloemstuk op te zetten; meestal is een sokkel meer breed dan hoog; piëdestal. spiritueel, spiritualiteit, tot onze geest behorende onstoffelijke zaken; kunst kan een spiritueel karakter hebben, vooral als de geloof, mystiek, symboliek, theosofie, antroposofie e.d. daarin een rol spelen. steekschuim algemene naam voor verschillende merken bloemensteekschuim; het oudst en ook het bekendste is steekschuim van Smithers-Oasis; andere merken zijn Savanna, Sylvia, Steck-Fix en NaylorBase; steekschuim wordt chemisch bereid en bezit een open celstructuur die water opneemt (tot ca. 91 %) en weer gemakkelijk afgeeft aan bloemen; bij sommige kwetsbare bloemen eerst het steekschuim voorprikken; speciaal zacht wit steekschuim heet Florapak, dit is te kleuren door wat ecoline of gekleurd vloeipapier aan het water toe te voegen en het fijngekruimelde Florapak hierin te drenken, leuk om hiervan bloemenijsjes te maken of het in glas toe te passen; Oasis steekschuim en Oasis Biosec is composteerbaar. structuur (struktuur) 1. de wijze waarop iets is samengesteld of opgebouwd; 2. de innerlijke vorm of bouw; 3. de uiterlijke verschijningswijze, de opbouw; structuur maakt het geheel duidelijker en geeft meer maat aan de schikking. symmetrie vorm waarvan de twee helften elkaars gelijke zijn in spiegelbeeld, b.v. de klassieke driehoekschikking en de biedermeier; er zijn drie soorten symmetrie (die weer zijn onder te verdelen): spiegelsymmetrie, (puntspiegeling en lijnspiegeling), draaiingsymmetrie (rotatiesymmetrie; deze ontstaat door draaiing onder dezelfde hoek) en verschuivingsymmetrie (herhalingssymmetrie; ontstaat door verschuiving in één richting, b.v. bij een ritmische schikking). symmetrisch een vorm die in tweeën verdeeld twee gelijke helften geeft; de symmetrische schikwijze is vanouds een basisvorm van de bloemsierkunst, maar komt in het decoratieve eigentijdse schikken ook veel voor. TTeleflora een wereldwijde bloemenverzendorganisatie (45.000 leden), ca in 1939 in de Ver. Staten opgericht; in Nederland sinds 1985 (ca. 1150 leden), opgericht door mevr. A. Seibert-van Klaveren, Joure; Teleflor België te St. Niklaas. Teleflora heet tegenwoordig Euroflorist. Teleflower Auction (TFA) opgericht in 1995, Amstelveen, veilt vooral importbloemen en planten via de computer waar de veilingklok op verschijnt. tussenmateriaal (transitional) bloem of blad dat dient ter vervolmaking van de schikking, wordt tussen de overige materialen in geplaatst, als vulling. Vvegetatie 1. het groeien van planten; 2. rijkdom aan planten in een natuurlijk gebied. vegetatief de groei betreffend, de groei bevorderend, plantaardig, een natuurlijke plantengroei; de vegetatieve stijl is 'natuurlijk', er wordt geschikt met als uitgangspunt de natuurlijke groeiwijze van de plant; het uiterste hierin is een zo nauwkeurig mogelijke weergave van een stukje vegetatie uit de natuur: bos, hei, duin, moeras e.d.; dit zowel naar vormgeving als naar combinatie van materiaal. veiling plaats waar de teler producten brengt en waar kopers deze via de veilingklok kunnen kopen; het veilsysteem is volgens afslag de prijs begint hoog en daalt tot er een koper is (Dutch auction). VKC Vaste Keurings Commissie opgericht in 1989, ontstaan uit de KMTP, maar nu zelfstandig. Verzorgt onderdelen op tentoonstellingen en productkeuringen. Doet de productregistratie van bloem- en plantsoorten en registreert de naamgeving. vormsoort vormen die tot een groep behoren vanwege gelijke kenmerken, zo zijn er o.a.: massieve vormen; organische vormen; lineaire vormen; geometrische vormen; gestileerde vormen; enkelvoudige vormen bestaan uit één enkele herkenbare vorm zoals een blad; samengestelde vormen bestaan uit een aantal verschillende vormen die tot een nieuw totaal leiden zoals bij een boom; vormen kunnen o.a. zijn: vierkant, rond, hoekig, cilindrisch, regelmatig, onregelmatig, organisch (vloeiend van vorm), symmetrisch, asymmetrisch, statisch, dynamisch, rustig, druk, grillig, strak. WWAFA World Association of Flower Arranging (internationale amateur-organisatie), opgericht in 1981 te Londen; de organisatie is afwisselend telkens 3 jaar in handen van een andere landelijke organisatie; deze organiseert een jurycursus, een bloemschikcursus, een world-flowershow en geeft het WAFA-bulletin uit. Nederland is lid via de NABS. Zzwam sporenplant zonder bladgroencellen; zwammen in gedroogde vorm worden wel in bloemwerk verwerkt.
|