Lessen

Schema bloemsierkunst

  • (Dit schema staat in het boek Flowerworld, een weg naar bloemsierkunst. Het schema is in eenvoudige uitvoering in 1985 voor het eerst gepubliceerd in het boek ‘Bloemsierkunst’)
  • Voor volledige informatie verwijzen wij naar het boek, uitg. Terra. lees meer

Schema bloemsierkunst

Bloemsierkunst is vooral het visueel, ruimtelijk, vormgevend bezig zijn met plantaardige materialen: bloemen, planten, vruchten. Bewustwording is daarom zeer bepalend. Bloemsierkunst bestaat of ontstaat uit de volgende hoofdonderdelen of factoren:

Het basis schema bestaat uit zeven hoofdgroepen:

  1. Waarneming: ogen open, leren kijken, ontdekken.
  2. Techniek: de technieken van het schikken.
  3. Vormgeving: de stijl, principes, codes.
  4. Kleur: de combinatie van kleuren en de werking er van.
  5. Materiaal: de keuze van de materialen waaruit we de schikking samenstellen.
  6. Creativiteit: de eigen inbreng, originaliteit, durf, het specifieke.
  7. Sensitiviteit: het dramatische, emotionele, erotische en poëtische van de schikking.

Alle onderdelen van het uitgebreide schema onder elkaar gezet geeft het volgende overzicht:

1 Waarneming; kijken, ontdekken.

2 Compositie-, vormleer; vormelementen en -begrippen, vormsymboliek, gulden snede.

Stijlen in bloemwerk; stijlregels, indelingsschema's, schikwijzen (we kunnen het begrip 'stijlen' ook als een apart onderdeel zien, bedenk wel dat het in het totale design een rol speelt.)

3 Kleur; kleuraspecten, kleursymboliek.

4 Kunst; kunstgeschiedenis, architectuur, interieurkunst, mode, plantornamenten, creatieve Handvaardigheid, schilder- en beeldhouwkunst, fotografie, cultuur

5 Technieken:
Steek- bind- draad- lijm- klem- vlecht- weeftechniek e.d.

6 Materiaalkennis:
Dode materialen: gereedschappen, hulpmiddelen, accessoires, attributen, ondergronden, verpakkingsmateriaal, verpakken.

Levende materialen: bloemen, planten, vruchten, verzorgingsaspecten.

7 Praktijktraining; oefenen van technieken, vormen en stijlen.

8 Creativiteit; persoonlijke ontwikkeling en stelling name, ontwikkeling naar een eigen stijl en originaliteit.

9 Sensitiviteit; raffinement in waarneming en detaillering, het persoonlijke gevoel, het extra, de diepere dimensie, emotie, het erotische.

10 Experimenteren; het nieuwe, andere zoeken, een eigen signatuur ontwikkelen.

Toelichting op het schema
H et schema leest men vanuit het midden waar het begint met waarneming. Elke cirkel voegt een dimensie toe en het totaal analyseert de bloemsierkunst. Uiteindelijk kan een creatief bloemschikker zich uitleven in originele creaties. We spreken dan van persoonlijk meesterschap.

1 Waarneming

Waarnemen gaat over kijken, de tastzin, horen, proeven en ruiken. Het gaat over het tot ons nemen van het totaalbeeld en van de details. Waarnemen gebeurt ook in samenhang met wat we al weten, met eerder opgedane kennis, met onze behoeften, voorkeuren en gevoelens. We nemen vaak selectief waar en het waargenomene beoordelen we ook in de zin van mooi of lelijk. Dit heeft te maken met een referentiekader zowel individueel als groepsgericht. Het waargenomene moet een zekere orde en harmonie bezitten wil het niet chaotisch overkomen.

2 Vormgeving

Wat omvat het vormgevingsproces, wat zijn vormelementen en hoe kunnen ze worden toegepast. Vormgeving is het ordenen van de geselecteerde designelementen. Vormgeving heeft te maken met het volgen van regels van orde, soms in een formule vastgelegd. Er zijn hiertoe uiterlijke en inhoudelijke criteria. Er is daarbij onderscheid in:

Toegepaste (gebonden) vormgeving
Deze is gebaseerd op vooraf vastgestelde eisen zoals een stijlschikking maken, bijvoorbeeld een biedermeier. Zodra er een bepaalde vaststaande orde is, gevat in regels, een patroon, dan spreken we van een formele stijl of code.

Vrije vormgeving
We proberen hierbij met behulp van de geleerde technieken, uitgaande van onze eigen creativiteit, een visie, een boodschap of een emotie uit te beelden. Esthetiek, schoonheid, betekenis e.d. moeten in het zelf te bedenken eindresultaat worden gerealiseerd ofwel vormgegeven. Vrije of informele vormgeving vereist grondige kennis van vormgevingsprincipes, de relaties tussen de te hanteren designelementen, alsmede ervaring in het schikken. De vormgeving bepaalt het uiterlijk van het bloemwerk. Als dit niet aansprekend is, dan zal men het bloemwerk niet mooi vinden.

Compositie
e zoeken naar de juiste verhoudingen en moeten goed weten wat we willen met de centrale (groei)bindpunten en hoe deze zich moeten ontwikkelen. Er moet evenwicht (yin-yang) zijn tussen de verschillende onderdelen van de schikking. Dit naar de vormelementen, maar ook naar kleur. Hoe spannender het evenwicht is hoe opvallender de totale compositie. Het evenwicht kan statisch (stijf, rustgevend) of dynamisch (beweeglijk, spannend) zijn. Vanuit de losse onderdelen (chaos) trachten we tot orde en harmonie te komen. Behulpzaam hierbij is het groeperen van de materialen naar vorm, soort of kleur. Door contrasten na te streven zal de compositie steeds meer gestalte krijgen. In het geheel van de compositie speelt de hiërarchie natuurlijk ook een voorname rol. Om dit te bereiken schikken we zo dat bepaalde vormen, kleuren of groepen als duidelijkste en belangrijkste naar voren komen. De hoeveelheid van de te verwerken materialen bepaalt mede het eindresultaat. Hoe weinig of hoeveel gebruiken we en hoe wordt het toegepast. We kunnen in dit verband ook spreken van verarming (vereenvoudiging) of verrijking. Als verrijking uitmond in overdaad, dan ontstaat een barokke uitstraling. Verarming kan leiden tot saaiheid of schrielheid, maar kan ook een krachtige robuuste vormgeving tot stand brengen.

Vegetatief contra decoratief
E r zijn vele compositiemogelijkheden, maar de meest toegepaste zijn: vegetatief en decoratief. Daarbinnen kan worden gekozen voor een lineaire of parallelle vormgeving of voor combinatievormen.

Vegetatief houdt in dat we schikken zoals de bloem in de natuur groeit. Maximaal is hierbij de ecologische situatie in de schikking weergegeven. De materialen worden soms groepsgewijze verwerkt en we gebruiken vaak het principe van niveauverschil in de schikking.

Decoratief zijn de schikkingen waarbij het materiaal ondergeschikt in een vormgeving is gebruikt. Het wordt dan tot een kleurvlak of een vorm-, of lijnelement.

Lineair bloemwerk wordt altijd gekenmerkt door lijn en ruimte. De vormgeving kan zijn met strakke lijnen of sierlijke lijnen of combinaties hiervan. Ook kruisende lijnen behoren tot de mogelijkheden. Kenmerkend blijft de lijn en de lege ruimte; vorm en contravorm. Hoe meer nadruk op de lijn, hoe grafischer het werk wordt.

Parallelle schikkingen ontstaan wanneer minstens twee lijnen evenwijdig aan elkaar zijn. Het maakt niet uit of dit strakke of grillige lijnen zijn. Veelal is een parallelschikking gelijktijdig ook lineair of andersom. Het lineaire of parallelle kan zowel in de vegetatieve als in de decoratieve ordening worden toegepast. Combinatievormen komen veel voor in bloemwerk.

Gulden verhouding
Regels voor hoogte, breedte en diepte hangen mede af van de structuur van de materialen en de kleurcombinatie. Zwaarte van vormen en kleurvlakken spelen hierin een grote rol, evenals de richting van de as(sen) in de schikking. Er komt natuurlijk ook veel van het eigen gevoel voor harmonie bij kijken. Het gaat er om een evenwichtige en interessante compositie te bereiken.

De gulden snede is een ideale verhoudingsformule, bij het vormgeven vaak toegepast. Bij sommige stijlschikkingen zijn tradities van de ideale verhoudingen vastgelegd. Veel vindt zijn oorsprong in de gulden snede principes die al eeuwen oud zijn. De gulden snede leert ons dat als we een lijn met 0,618 vermenigvuldigen de delen een ideale verhouding hebben. Opvallend is dat dit overeenkomt met de in de bloemsierkunst vaak toegepaste verhouding 3:5.

3 Kleur

Omdat kleur zo direct en prominent, soms zelfs dominant, aanwezig is moeten we in het ontwerp voor het bloemstuk hier rekening mee houden. De kleurencirkel helpt mee zicht te krijgen op goede kleurencombinaties. De keuze van het kleursysteem (Itten, Gerritsen, Munsell e.a.) bepaalt sterk de uitkomst van de kleurcombinaties.

De kleurkenmerken bepalen samen hoe een kleur er uit ziet. Het zijn onmisbare aanduidingen voor kleuren: kleurtoon, grijswaarde en verzadiging. Deze internationale begrippen komen van de kleurkundige Munsell. Elke bloem heeft deze drie kenmerken in zich.

  • Kleurtoon (Hue)(kleursoort) duidt de kleur die wij zien aan. Het is de kleur van de kleur; bijvoorbeeld rood. Hoe een kleur er uitziet hangt mede af van de omgevingskleuren en het aanwezige licht.
  • Grijswaarde (Value)is de lichtheid van een kleur. Het geeft aan in hoeverre een kleur opvallend licht kan reflecteren.
  • Verzadiging (Chroma) geeft aan hoe zuiver een kleur is. Een zuivere kleur heeft zijn volste, sterkste en meest expressieve kleurkarakter. Hoe meer grijs, wit of zwart in de kleur aanwezig is hoe minder verzadigd deze is.

Een goede kleurenharmonie is van grote waarde. Het betekent dat de combinatie van de gekozen kleuren mooi wordt gevonden. Kleur en vorm zijn nauw met elkaar verweven. De vorm wordt sterk beïnvloed door de kleur die hij heeft. Met kleuren kunnen we iemand tot ontroering, tot emotie brengen. Kleuren kunnen zowel positief als negatief ontroeren, agressie of sympathie opwekken. De bloemsierkunstenaar tracht soms zijn gevoelens via zijn bloemwerk kenbaar maken en hierdoor te communiceren. De uitstraling die een kleur of een combinatie van kleuren heeft, bepaalt voor een deel de communicatieve waarde, enkele kleurvoorbeelden in dit verband zijn: stralende kleuren, saaie kleuren, sensuele kleuren, zwoele kleuren, warme of koude kleuren, rijke of arme kleuren, juichende kleuren, snelle kleuren, terughoudende kleuren, droeve kleuren, uitdagende kleuren, enge kleuren, harde of zachte kleuren, romantische kleuren.

4 Kunst

Kunst gaat over het scheppen van een nieuwe werkelijkheid, iets nieuws. Het kan een uiting zijn van een gevoel, een beleving, een emotie. Het is een weergave in een bepaald materiaal. Voor een schilder is dat verf, voor de bloembinder zijn dat bloemen en aanverwante materialen. Via kunstgeschiedenis neem je kennis van de historische ontwikkelingen, dus ook van wie en wat wij nu zijn. Het zijn onze wortels uit het verleden. Bloemsierkunst heeft ook een lange geschiedenis achter de rug. Hoe wij nu schikken is gedeeltelijk gebaseerd op het verleden. De eigentijdse bloemsierkunstenaar moet, wil hij een eigen stijl creëren, nieuwe vormen van kunst, van schoonheid ontdekken. De 20ste eeuw heeft vele inspirerende kunstvormen voorgebracht, zoals de Jugendstil, Art Deco, Das Bauhaus, De Stijl en Memphis. De bloemschikker kan veel leren van elke kunstvorm, klassiek, modern of avant-gardistisch.

Cultuur
Dit is het geheel aan wat onze maatschappij is geworden op gebieden van literatuur, dans, mode, muziek, kunst, bloemsierkunst e.d. Het is een deel van onszelf geworden. Onze cultuurgebonden esthetische waarden zijn van grote invloed op vormgeving en stijl. Verschillende culturen denken hier anders over, daarom zijn dit belangrijke inspiratiebronnen. Naast waarden zijn ook normen van groot belang. Dit betreft regels waarnaar ieder zich zou moeten richten. Zonder dat vervalt de maatschappij tot een jungle. Normen, waarden en ethiek gaan over wat wel en niet mag, over goed en kwaad, over hoe we ons behoren te gedragen. Een milieuvriendelijke houding is hierin heel belangrijk.

5 Techniek

Dit betreft het aanleren van vaardigheden, het gebruik van hulpmiddelen, een diversiteit aan technieken, materiaalkennis en natuurlijk het toepassen daarvan in het bloemwerk.

6 Materiaal

Cruciaal is het materiaal dat wordt gekozen voor het ontwerp. Wat voor karakter heeft het? Hoe ziet het er uit? Welke kleur heeft het? Wat is de structuur en de textuur ervan? Kan je het manipuleren en is het geschikt voor het arrangement? Kun je hiervan het gewenste soort bloemstuk maken.

Materiaalkennis omvat levende en dode materialen die in een bloemstuk toepasbaar zijn. Elk materiaal heeft een vorm, identiteit, sfeer, karakter en uitstraling. De eisen hieruit volgend kunnen niet worden genegeerd.

7 Het feitelijke schikken

Bloemschikken leer je alleen door het zelf veelvuldig en nadenkend te doen. Probeer alle technieken daarom grondig uit en probeer vormgeving en kleurcombinaties in stijlen en vrije experimentele ontwerpen tot boeiende composities te maken.

8 Creativiteit

Creativiteit heeft te maken met aanleg, maar ook met intelligentie, met vermogen tot transformeren, analyse synthese en organisatievermogen, met leren chaos te veranderen in harmonie. Ik meen dat creativiteit sterk kan worden ontwikkeld. Je doet dit door veel te lezen over de vakrichting, door naar demonstraties en wedstrijden te gaan. Ook bestudering van alles rondom ons heen helpt mee zoals de natuur, architectuur, mode, sommige TV programma's. Veel ideetjes schetsen, brainstormen met jezelf of anderen en vooral het zelf schikken en uitproberen.

9 Sensitiviteit

De zintuiglijke fijngevoeligheid, het raffinement in onze waarneming speelt een grote rol in de verfijnde detaillering van de schikking. Het gevoel en emotie spelen hierin een doorslaggevende rol. De schikking kan hierdoor een bijzondere emotionele uitstraling krijgen. Zonder sensitiviteit bereikt bloemsierkunst nimmer haar hoogste doel.

10 Experimenteren

Om oude conventies te doorbreken moet er worden geëxperimenteerd. Er moet worden getracht nieuwe invalshoeken te vinden in vormgeving, kleurgebruik en materiaaltoepassing. Door het experiment en vormtransformatie kan de bloemsierkunstenaar zich ontwikkelen in zijn stijl en levert een bijdrage aan de gehele bloemsierkunst. In de Avant-garde, wat voorhoede betekent in het Frans, zijn kunstenaars bezig met nieuwe vormgeving. Het is een afzetten tegen het bekende, tegen vastgelegde, vastgeroeste tradities. Het doel is nieuwe wegen zoeken, het onbekende uitdagen en uitproberen en tot synthese te komen. Het vermogen om associaties toe te passen is daarom enorm verrijkend om tot nieuwe ideeën te komen.

terug overzicht lessen