Lessen; estheticaKleur; InleidingDeze pagina bevat de volgende hoofdstukken:
InleidingKennis van kleur en gevoel voor de juiste combinaties van kleuren is doorslaggevend voor een succesvol bloemstuk. Natuurlijk gaat het bij een bloemstuk niet alleen om de kleurcombinatie, ook de materiaalkeuze naar vorm en contrast en de stijl van het bloemwerk speelt een grote rol. En niet te vergeten de manier waarop we de materialen tot een geheel hebben geschikt, het samenspel. Kleur kan op verschillende manieren worden benaderd. Het gaat dan om:
De feitelijke werking van kleur in de combinatie bepaalt het artistieke gebruik. Een bloemschikker werkt met natuurlijke kleuren van de bloemen en het blad, aangevuld met de kleuren van de ondergronden en het bijmateriaal. De kleurencirkelKleuren worden, om er praktisch mee te kunnen werken, in een schema gezet, we noemen dit de kleurencirkel. Er zijn nogal wat verschillen tussen de kleursystemen want er zijn veel deskundigen die een kleursysteem hebben bedacht. Bekend zijn de systemen van Ostwald, van Itten en dat van Gerritsen, heel belangrijk is ook het systeem van Albert Munsell. Inzicht in een kleursysteem maakt voor ons veel duidelijk over kleurcombinaties bij bloemwerk. Kleurcontrasten, toepassing van neutrale kleuren en het gebruik van eenkleurige combinaties komen veel voor bij bloemwerk. Johannes IttenDe kleurencirkel van Itten is gebaseerd op verfprimairen en bevat twaalf kleuren. De primaire kleuren noemt hij: rood, geel en blauw. De secundaire kleuren, die ontstaan uit menging van twee primaire kleuren zijn oranje, groen en violet. De tertiaire kleuren ontstaan uit menging van een primaire en een secundaire kleur zijn geeloranje, roodoranje, roodviolet, blauwviolet, blauwgroen en geelgroen. In de kleurenleer is het inmiddels bekend dat de door Itten genoemde kleuren niet geheel correct zijn voor wat betreft de keuze van de pirmaire verfkleuren. Optimale menging is bij het complement niet mogelijk. Itten wordt nog wel veel gehanteerd in de bloemsierkunst. Het bevat een goede harmonieleer. Lees de boeken van Itten voor meer informatie. Titel: Johannes Itten Kleurenleer, uitg. Cantecleer. Frans GerritsenDe kleurencirkel van Gerritsen is gebaseerd op lichtprimairen en bevat zes kleuren. De primaire kleuren zijn: rood, blauw en groen (het blauw wordt ook wel violet genoemd). De secundaire kleuren, die ontstaan uit menging van twee primaire kleuren, zijn magentarood, cyaanblauw en citroengeel. De tertiaire kleuren ontstaan uit menging van een primaire en een secundaire kleur. De door Gerritsen genoemde kleuren geven optimale mogelijkheden de kleurenleer te verklaren en komen tot maximale resultaten bij het mengen van kleuren. Lees het boek van Frans Gerritsen voor meer informatie. Titel: frans gerritsen het fenomeen kleur, uitg. Cantecleer. Drie kleurgroepenKleuren worden verdeeld in drie groepen:
De uitkomst hiervan verschilt naar de keuze van de kleurencirkel. Kleur mengenSubtractief mengen Een verflaag of een oppervlak van een bloem, heeft de eigenschap om een deel van het licht dat er op valt te absorberen en een ander deel terug te kaatsen. Van het witte licht blijft dus een deel achter in de oppervlaktelaag. Het licht dat wordt teruggekaatst zien we als kleur. Hoe meer verfsoorten wij mengen (of hoe meer filters we over elkaar leggen) hoe donkerder of grauwer het eindresultaat wordt. We zeggen dan dat we steeds meer licht wegnemen of aftrekken van de spectrumreeks. Kleuren mengen via licht, additief mengen Additieve kleuren zijn kleuren die ontstaan door het mengen van bundels licht, zoals bij een toneelvoorstelling met gekleurde spots gebeurt. Hoe meer lichtsoorten bijeenkomen hoe lichter de eindkleur wordt, totdat wit ontstaat. Kleuren partitief mengen Als we kleine verfstipjes of -veegjes naast elkaar plaatsen, dan worden deze als we op enige afstand gaan staan in ons oog visueel gemengd. Er ontstaat voor het oog dan een nieuwe kleur. KleurkenmerkenOm kleuren duidelijk te kunnen omschrijven worden ze aangeduid met de term 'kleurkenmerken', het zijn kleurtoon, grijswaarde en verzadiging. Kleurtoon (Hue) Een kleur wordt aangeduid met de term kleurtoon (kleursoort). Dit is de kleur die wij zien, de kleur van de kleur; bijvoorbeeld rood. Grijswaarde (Value) Dit is de lichtheid van een kleur. Het geeft aan in hoeverre een kleur opvallend licht kan reflecteren. Verzadiging (Chroma) Dit geeft aan hoe zuiver een kleur is. Een zuivere kleur heeft zijn volste, sterkste en meest expressieve kleurkarakter. Hoe meer grijs, wit of zwart in de kleur aanwezig is hoe minder verzadigd deze is. Warme en koude kleurenWarm en koud De kleuren die in het rode deel van de cirkel liggen, rood, oranje, geel noemen we de warme kleuren, de overige noemen we de koude kleuren, dit zijn groen, blauw en paars. Als we nu bijvoorbeeld bij een warme kleur geel wat van een koude kleur paars mengen, dan wordt het een koel gele kleur. Zo kan je ook een koude kleur een warmer effect geven door er wat van een warme kleur verf door te mengen. Het begrip warm en koud is dus maar betrekkelijk. Pasteltinten Kleuren die worden vermengd met wit worden lichter, dit noemen we pasteltinten. Deze stralen een zacht en verfijnd karakter uit. Veel bloemen hebben een pasteltint. Vertroebelde kleuren Kleuren die vermengd zijn met zwart worden donkerder, dit noemen we vertroebelde kleuren, ze zien er vaak somber uit. Kleurcontrasten en kleurklankenKleurcontrasten Kleurcontrasten ontstaan doordat twee of meer kleuren naast elkaar aanwezig zijn. Er ontstaat dan een verschil en dat noemen wij een contrast. Hoe zuiverder de kleuren hoe sterker het contrast is. Als we twee kleuren uit een cirkel kiezen die ver van elkaar afliggen, dan is het kleurcontrast heel groot. Kleur-tegen-kleur-contrast: Dit zijn alle combinaties waar twee kleuren van enig verschil tegen elkaar worden verwerkt. Licht-donker-contrast: Dit zijn alle combinaties tussen lichte en donkere kleuren bijv. geel-blauw. Koud-warm-contrast: Rood, oranje en geel zijn de warme kleuren; blauw-groen, blauw en paars zijn de koude kleuren. Complementair-contrast: Dit zijn alle combinaties van kleuren die in de cirkel precies tegenover elkaar liggen bijv. paars-oranje. Simultaan-contrast: Dit betreft de onderlinge beïnvloeding van kleuren, met name in een net-niet complementaire combinatie. Kwaliteits-contrast: Dit betreft contrasten tussen kleuren van duidelijk verschillende kwaliteit; grijswaarde of verzadiging. Kwantiteits-contrast: Dit betreft een hoeveelheids-contrast, een groot en een klein oppervlak. Gulden regel voor combinaties en hoeveelheid wit - geel- oranje - rood - groen - blauw - paars/violet 3 : 3 : 4 : 6 : 6 : 8 : 9 Harmonie en verhouding Monochrome harmonie Analoge harmonie De monochrome en de analoge combinaties worden ook wel 'op kleur' genoemd, bij analoog is dit alleen zo als de kleuren dicht bij elkaar liggen. Polychrome harmonie Achromaten De kleurklanken Tweeklank (bichromatische combinaties) Drieklank (trichromatische combinaties) Kiezen we een combinatie waarbij één of twee van de kleuren net naast de regelmatig gekozen kleuren liggen dan noemen we dit een onregelmatige drieklank. Vierklank Kiezen we een combinatie waarbij één of meer van de kleuren net naast de regelmatig gekozen kleuren liggen dan noemen we dit een onregelmatige vierklank. Traditioneel kleurgebruikIn de bloemsierkunst is zeker ook sprake van een traditie in kleurgebruik. Vanuit het verleden zijn een aantal bekende kleurcombinaties nog immer bruikbaar. Deze gewoontecombinaties beheersen het bloemenvak vrij sterk. Bedenk dat groen altijd als neutrale kleur een onderdeel van de combinatie uitmaakt. Het gaat om combinaties zoals:
We mogen ook gerust alle ton sur ton combinaties tot de traditie van het bloemenvak rekenen. Het zijn nog steeds de meest gehanteerde combinaties. Traditionele kleuren voor jubilea en bruiloften
|